Glacier NP (montana)

Glacier National Park (montana)

Glacier National Park is een spectaculair mooi, ongerept natuurgebied met gletsjers, ruwe bergpieken, vele meren en watervallen, weelderige bossen en weides met prachtige bloemen. Er komen veel dieren voor, zoals bevers, otters, berggeiten, dikhoornschapen en elanden. Ook is het park een van de laatste gebieden in de USA waar de enorme grizzlybeer nog in het wild voorkomt. Tijdens de laatste ijstijd hebben enorme gletsjers, soms wel bijna een kilometer dik, delen van de Rocky Mountains weggeschuurd. Daardoor werden diepe valleien en scherpe bergranden gevormd. Aan het einde van de ijstijd begonnen de lager gelegen gletsjers te smelten, en vormden zich grote bergmeren op de plaatsen waar zich eerst de gletsjers bevonden. Tegenwoordig bevinden zich nog ongeveer 50 gletsjers in het park; de grootste daarvan is Grinnell Glacier. Door het park heen loopt de 50 mijl lange Going-to-the-Sun Road van de West Entrance naar de Saint Mary Entrance. Deze weg is een groot deel van het jaar wegens sneeuw gesloten. Gewoonlijk gaat de weg open in het begin van juni. De weg wordt afgesloten op de maandag die volgt op de derde zondag in oktober, of eerder als de weersomstandigheden dat noodzakelijk maken.

Going to the sun road : Het hoogtepunt van een bezoek aan Glacier National Park is ongetwijfeld een rit over deze 50 mijl lange weg, die het park doorsnijdt van de West Entrance naar St. Mary Entrance. De weg is aangelegd tussen 1921 en 1932, en gezien de moeilijke omstandigheden destijds was dit een uitzonderlijke prestatie. Het hoogste punt van de weg is de 2.036 meter hoge Logan Pass op de Continental Divide. Een deel van de weg is uitgehouwen in de verticale rotswand Garden Wall, aan één zijde van de weg ligt hier een honderden meters diepe afgrond. Er zijn enkele kleine stopplaatsen, die echter vaak vol zijn. Om de drukte te vermijden kan je ervoor kiezen om de route zo vroeg mogelijk in de ochtend te rijden, nadeel is dan echter dat het vaak nog mistig is. Alle bezienswaardigheden langs de weg staan duidelijk aangegeven, en worden vermeld in de parkbrochure “Points of Interest Along the Going-to-the-Sun Road”, die bij de Visitor Centers verkrijgbaar is. De weg is smal en sommige gedeeltes zijn steil; grote voertuigen (langer dan 6,4 meter of breder dan 2,43 meter) zijn niet toegestaan tussen Avalanche Creek en Sun Point. De Going-to-the-Sun Road is een groot deel van het jaar wegens sneeuw gesloten. Gewoonlijk gaat de weg open in het begin van juni. De weg wordt afgesloten op de maandag die volgt op de derde zondag in oktober, of eerder als de weersomstandigheden dat noodzakelijk maken.

Als je net als ons met een te grote camper gaat rijden, mag je dus niet verder dan Avalanche Creek en Sun Point.
Als de weg open is en het weer werkt een beetje mee dan huren wij een auto om toch de GTTS road te rijden.

1 Apgar Village 15 Logan Pass
2 Apgar Transit Center 16 Lunch Creek
3 Apgar Campground 17 East Tunnel
4 Sprague Creek Campground 18 Siyeh Bend
5 Lake McDonald Lodge 19 Jackson Glacier Overlook
6 McDonald Creek Overlook 20 Gunsight Pass Trailhead
7 Avalanche Creek 21 St. Mary Falls Shuttle Stop
8 West Tunnel 22 Sunrift Gorge
9 The Loop 23 Sun Point
10 Bird Woman Falls Overlook 24 Wild Goose Island
11 Weeping Wall 25 Golden Staircase
12 Big Bend 26 Rising Sun
13 Triple Arches 27 Two Dog Flats
14 Oberlin Bend 28 St. Mary Campground

                                           

Als je het park via de West Entrance binnenrijdt, bereik je allereerst de zuidkant van Lake McDonald. Dit is het grootste van de 653 meren binnen de parkgrenzen. Lake McDonald ligt in een door een gletsjer uitgeslepen kom; het is 10 mijl lang en 150 meter diep. Het wordt omringd door dicht begroeide bergen, die vooral ‘s ochtends tijdens helder weer schitterend in het water weerspiegelen. Vooral vanaf de oostzijde van het meer kan je hiervan goede foto’s maken. Het water is ijskoud – ook tijdens de zomer – en kristalhelder. De oorspronkelijke bewoners, de Kootenai, noemden het “Sacred Dancing Lake” en organiseerden ceremonies aan de oever van het meer. Doordat de wolken worden tegengehouden door de bergen, valt in dit gedeelte veel regen. De omstandigheden zijn dan ook erg gunstig voor boomsoorten zoals de western red cedar en de western hamlock, die gewoonlijk dichter bij de kust voorkomen. Ook groeien hier veel mossen en varens. De kustlijn van het meer wordt grotendeels omringd door bomen; op twee plaatsen langs de oever liggen toeristische faciliteiten.

McDonald Creek Trail Lengte: 2 kilometer Beginpunt: 45 meter ten zuiden van het Apgar Visitor Center. Dit is een geasfalteerd pad dat ook door fietsers mag worden gebruikt. McDonald Creek is de voornaamste watertoevoer naar Lake McDonald. Het bevat smeltwater van de sneeuw; het water is dan ook ijskoud en kristalhelder. Tijdens de lente groeit het beekje uit tot een wilde bergstroom.

Howe Lake Trail Lengte: 6,5 kilometer Beginpunt: 5 mijl voorbij Fish Creek Campground aan de onverharde Inside North Fork Road Het wandelpad slingert naar het moerassige Howe Lake.

Huckleberry Nature Trail Lengte: 1,5 kilometer Beginpunt: aan het einde van de 11 mijl lange Camas Road, aan de westzijde van het park. Dit is een eenvoudige trail aan de voet van Huckleberry Mountain. In deze omgeving kan je goed zien hoe de natuur zich herstelt van bosbranden.

John’s Lake Loop Trail Lengte: 4,8 kilometer. Beginpunt: aan de Going-to-the-Sun Road, ten noorden van Lake McDonald Lodge Dit is een schaduwrijke wandeling rondom het kleine, ondiepe John’s Lake, dat ten oosten van de weg ligt.

McDonald Falls Trail korte wandeling. Beginpunt: ten noorden van Lake McDonald, aan de North Lake McDonald Road Je loopt over een houten voetpad, dat wordt omringd door een weelderige vegetatie. McDonald Falls is een 18 meter brede en ruim 7 meter hoge stroomversnelling.

Ten noorden van Lake McDonald volgt de Going-to-the-Sun Road de oever van McDonald Creek. De eerste twee mijlen lopen door een moerassig gebied, waar veel kleine dieren leven zoals bevers, kikkers en eenden. Ook komen hier elanden voor. De weg stijgt vervolgens naar Avalanche Creek. Ongeveer 16 mijl voorbij de West Entrance ligt, op een hoogte van ruim 1.000 meter, de Avalanche Creek Campground. Hier beginnen twee zeer druk bezochte trails.

Trail of the Cedars Lengte: 640 meter Beginpunt: tegenover het Avalance Campground Ranger Station
Je loopt tussen de cedar bomen en varens langs Avalanche Creek.

Avalanche Lake Trail Lengte: 7,4 kilometer Beginpunt: ten zuiden van de Avalanche Gorge voetbrug aan de Trail of the Cedars In het begin van deze zeer populaire wandeling loop je over een houten voetpad dat tussen hoge red cedarbomen ligt. Bij de splitsing die snel hierna volgt, neem je het linkerpad richting Avalanche Gorge. Je volgt nu Avalanche Creek, een beek die over met mos begroeide rotsen door een nauwe kloof stroomt. Er komen veel dieren voor in dit gebied, zoals herten en incidenteel ook grizzlyberen. De trail eindigt bij het aan drie zijden door kliffen omsloten Avalanche Lake. Als je hier begin mei komt, kort na de opening van het wandelpad, heb je kans om op de bergen de vele lawines (avalanches) waaraan het meer haar naam te danken heeft, te kunnen zien én horen.

Een mijl voorbij de camping kan je stoppen bij de Red Rock Point Pullover. Soms kan je hier berggeiten over de rotsen zien lopen. Je kan naar McDonald Creek lopen, het turqoise gekleurde water stroomt hier door rode rotsen. Een mijl voorbij deze stopplaats kan je voor het eerst de Garden Wall zien, en bij het eerstvolgende uitkijkpunt zie je in het westen de 2.739 meter hoge Heavens Peak liggen. De weg buigt af naar het westen, om even verder weer scherp naar het oosten te draaien. Dit gedeelte van de weg wordt “The Loop” genoemd. Vanaf de verschillende stopplaatsen heb je adembenemend mooie uitzichten op het berglandschap rondom je.

De weg volgt nu de Garden Wall, met een stijging van 6% tot aan Logan Pass op de Continental Divide. Ongeveer twee mijl voorbij The Loop heb je, direct voorbij een bocht, een schitterend uitzicht op de Bird Woman Falls aan de overkant van de vallei. 600 meter beneden je kan je McDonalds Creek zien. Een mijl verder ligt Weeping Wall, waar in juni en juli water via verscheidene watervallen naar beneden stroomt, soms zelfs tot op de weg. Voorbij Weeping Wall ligt een parkeerplaats, vanwaar je vaak berggeiten, dikhoornschapen en andere dieren kan zien. Alpine Meadow is vaak prachtig begroeid, vroeg in de zomer is de weide bezaaid met gele gletsjerlelies, later met andere kleurrijke wilde bloemen.

 

Logan Pass

Dit is het hoogste punt van de weg, je bevindt je hier 900 meter hoger dan bij Lake McDonald. In alle richtingen heb je een overweldigend uitzicht, op de valleien beneden je en de bergen rondom je. Precies op de Continental Divide ligt het Logan Pass Visitor Center, dat geopend is van begin juni tot midden oktober. Hoewel de parkeerplaats hier vrij groot is, valt het niet altijd mee een vrije plek te vinden. De tentoonstelling hier geeft informatie over het alpinelandschap dat ongeveer 1/3 deel van het park beslaat.

 

 

 

Hidden Lake Nature Trail Lengte: Beginpunt: Logan Pass Visitor Center (Upper Level) Via een houten voetpad loop je door een weidegebied met veel wilde bloemen, door een sparrenwoud en over rotsranden. Na 2,5 kilometer bereik je een platform vanwaar je uitzicht hebt op Hidden Lake. Je kan vervolgens nog eens 2,5 kilometer verder lopen tot het meer zelf. Onderweg heb je veel kans berggeiten te zien. Dit is ook een van de beste plaatsen waar je vooral in juli en augustus kans hebt om vanaf een veilige afstand grizzlyberen te zien.

St. Mary Lake

Dit meer is net als Lake McDonald ongeveer 10 mijl lang, maar het is wel minder breed. Aan de westzijde van het meer ligt de 30 meter hoge waterval Virginia Falls, die goed te zien is vanaf een stopplaats langs de weg. Tussen de Virginia Falls Turnout en Sun Point beginnen diverse korte wandelpaden.

Baring Falls Trail Lengte: 1 kilometer Beginpunt: Sunrift Gorge Parking Area, 10 mijl ten westen van St. Mary De wandeling begint met een korte maar pittige klim. Baring Creek stroomt door de zeer smalle kloof Sunrift Gorge, voor het beste zicht hierop moet je even tot het uiteinde doorlopen. Voorbij de kloof stroomt Baring Creek verder, via een eenvoudig begaanbaar pad kan je de kreek volgen tot aan de 10 meter hoge waterval Baring Falls. Met een beetje zoekwerk kan je hier nog een pad vinden dat je naar de bovenzijde van de waterval brengt.

Works Sun Point Nature Trail Lengte: 2,3 kilometer Beginpunt: Sun Point Parking Area, 9 mijl ten westen van St. Mary. Aan het begin van de trail is een brochure verkrijgbaar. Onderweg heb je een prima uitzicht op St. Mary Lake, en aan het eind kom je uit bij een mooie waterval. Als je mooie foto’s van het meer wilt maken, stop dan in elk geval bij Sun Point en bij het anderhalve mijl verder gelegen Goose Island View. Dit is een van de meest gefotografeerde uitkijkpunten in het park. Bij The Narrows is het meer op z’n smalst, de overkant is hier slechts 400 meter verwijderd. Ook hier zijn de uitzichten over het meer erg mooi. In het gebied ten noorden van het meer komen veel dieren voor, zoals elanden, herten, stinkdieren, grondeekhoorns en dassen. In de herfst kan je tijdens de avondschemering mannetjeselanden met elkaar in gevecht aantreffen. Tijdens de lente en de vroege zomer groeien hier veel wilde bloemen. Dichtbij de parkgrens, aan de noordoostzijde van het meer, liggen St. Mary Campground en het St. Mary Visitor Center, dat geopend is van mei tot midden oktober. Aan het einde van een korte zijweg ligt een Ranger Station.

Beaver Pond Trail Lengte: 5,8 kilometer Beginpunt: 1913 Ranger Station parkeerplaats De omgeving is hier minder spectaculair dan op veel andere plaatsen, en trekt dan ook minder toeristen. Het is dan ook vooral een rustgevende wandeling door een gebied met bossen en groene weiden.

 

MANY GLACIER VALLEY

Vanaf Highway 89 kan je ten noorden van Saint Mary, ter hoogte van het plaatsje Babb, een 12 mijl lange zijweg nemen die naar Many Glacier Valley gaat. Dit deel van het park ligt aan de oostzijde van de bergen (de Lewis Range), die als regenschild fungeren. Het is hier dan ook veel droger dan aan de westzijde. De vallei is erg populair bij wandelaars, want vrijwel nergens kan je zo eenvoudig op plaatsen komen waar de omgeving zo spectaculair mooi is. De vallei wordt omgeven door talrijke hoge bergen, zoals Mount Gould, Mount Allen, Mount Grinnell en Mount Wilbur. In de vallei liggen diverse meren, Swiftcurrent Lake wordt als een van de mooiste van het park beschouwd. Je kan hier, en ook op het nabijgelegen Lake Josephine, kano- en boottochten maken. Aan de oever ligt het grootste hotel van het park, het in klassieke Zwitserse stijl gebouwde Many Glacier Hotel. Je kan daar kano’s en kayaks huren, of reserveren voor een boottocht over het meer.

Appekunny Falls Trail Lengte: 3,2 kilometer Beginpunt: 1,1 mijl ten oosten van het Many Glacier Hotel, bij de Grinnell Glacier Wayside Exhibit Dit is een vrij zware trail, omdat er vrij steile gedeeltes in voorkomen. Onderweg zie je de tientallen meters hoge en zeer fotogenieke Appekunny Falls; ook heb je een mooi uitzicht op Nathaki Lake.

 

Swiftcurrent Lake Nature Trail Lengte: bijna 4 kilometer Beginpunt: bij de Many Glacier Picnic Area, ten zuiden van het Many Glacier Hotel Dit vrijwel vlakke pad loopt rondom Swiftcurrent Lake. Onderweg loop je door een 400 jaar oud spruce-fir bosgebied, en door een 60 jaar oud lodgepole-pine bosgebied. De bomen in dit bos zijn geplant na een grote brand in 1936.

Red Rock Falls Trail Lengte: bijna 6 kilometer Beginpunt: aan het westelijke uiteinde van de parkeerplaats van de Swiftcurrent Motor Inn Dit is een vrij eenvoudige wandeling naar een breed uitwaaierende waterval, die in een onregelmatig patroon over rode rotsen stroomt.

 

 

TWO MEDICINE VALLEY

Ten zuiden van het park loopt Highway 2, en ten oosten loopt Highway 89. Deze twee wegen worden met elkaar verbonden door de 12 mijl lange State Route 49. Ongeveer halverwege ligt de 9 mijl lange zijweg die toegang geeft tot Two Medicine Valley. Je rijdt via de noordelijke oever van Lower Two Medicine Lake het park binnen. De weg eindigt aan de oostzijde van Two Medicine Lake. Je vindt hier een Ranger Station, een kampwinkel, een camping en een steiger vanwaar je boottochten kan maken. In deze vallei tref je diverse schitterende meren aan, die worden omsloten door kleurrijke rotsen. De naam van de vallei is ontstaan toen Blackfeet Indianen en Blood Indianen overeenkwamen om hier gezamelijk ceremonies te houden. Maar omdat The Bloods niet op tijd arriveerden, ontstonden uiteindelijk naast elkaar twee plaatsen waar aparte ceremonies plaatsvonden. Er liggen diverse wandelpaden in de vallei.

 

 

Aster Park Viewpoint Trail Lengte: 6 kilometer Beginpunt: Two Medicine Lake South Shore Trailhead Eerst loop je door een sparrenbos, daarna door het bloemrijke weidegebied Aster Park waaraan de trail haar naam te danken heeft. Je passeert enkele beverpoelen, daar voorbij begint het pad sterk te stijgen. Uitendelijk bereik je een hoog gelegen punt vanwaar je een schitterend uitzicht hebt over de Sinopah en Rising Wolf Mountains, en over Two Medicine Lake.

Running Eagle Falls Trail Beginpunt: 1600 meter ten westen van het Entrance Station

De bijnaam van de waterval aan het einde van deze trail is “Trick Falls”. De waterval bestaat uit twee delen, en tijdens de lente valt er zo enorm veel water vanuit het bovenste deel naar beneden, dat het onderste deel compleet onzichtbaar wordt. Tijdens de zomer, als de watertoevoer afneemt, verandert het water van koers. Via een ondergrondse grot bereikt het water nu alleen nog het onderste deel van de waterval. Dit deel van het park heeft ook tegenwoordig nog een belangrijke religieuze waarde voor de Blackfeet indianen. De waterval is vernoemd naar de befaamde vrouwelijke krijger Running Eagle; zij sneuvelde in 1845 tijdens een gevecht met de